Passieve brandbeveiliging in gebouwen – realisatie van doorvoeringen


Het perforeren van brandwerende wanden en het maken van brandveilige doorvoeringen brengt vaak discussies met zich mee.

Praktijkrichtlijnen worden anders geïnterpreteerd en gemaakte afspraken worden niet nageleefd, ook al werden deze duidelijk gecommuniceerd en beschreven in de lastenboeken.

 

Wetgeving

Nochtans is de wetgeving in België klaar en duidelijk.

Sinds 7/7/1994 is het KB Basisnormen Brandveiligheid 1 in voege (Bijlage 1 tot 7), die o.a. enkelvoudige doorvoeringen (type-oplossingen bijlage 72) afweegt tegenover meervoudige doorvoeringen, lucht­ en ventilatiekanalen….

                    1 KB van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen
                    2 In bijlage 7 zijn de eisen opgenomen met betrekking tot de brandwerende doorvoeringen in brandwerende wanden

 

Eenvoudig samengevat: indien een wand  brandwerend  dient  te zijn, geldt dit ook voor de doorvoeringen en andere verzwakkingen (bijv. schakelaars en stopcontacten)!

Voor hotels, rust- en ziekenhuizen, industrie (bijlage 6), winkels , internaten en scholen zijn enkele specifieke regels van kracht. Best om hier ook rekening mee te houden en goed na te zien wat er in het lastenboek wordt geëist!

 

Plaatsings­voorschriften

Als een type-oplossing, zoals omschreven in de bijlage 7 van het KB, in aanmerking komt om een doorvoering correct te realiseren, dan hoeven er geen testrapporten of andere documenten worden voorgelegd. Indien er niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan (bijv. bij meervoudige doorvoeren.. .), dan zal er altijd een gecertificeerde oplossing moeten worden gezocht, maar dan wel in het toepassingsdomein waarin het product werd getest en volgens de geldende Europese normeringen (EN13501-2> EN1366-3). 3

Uiteraard moeten deze producten geplaatst worden volgens de voorschriften en de montagehandleiding van de fabrikant.

Een handige leidraad met deskundige uitleg en advies rond het “brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden”, is de Technische Voorlichting TV 254 4 van het WTCB. Deze TV geeft de plaatsingsvoorschriften van diverse afdichtingsmiddelen voor leidingen, luchtkanalen, lineaire voegen en andere verzwakkingen weer.

 

Wat is nieuw?

Het testen van leidingen in verluchte (U) of niet verluchte (C) ruimtes, als aanvulling op de TV254. Brandproeven met open uiteinden (U/U) zijn het strengst met het oog op de brandwerendheid. Indien een brandtest hiervoor slaagt, mag deze in elke situatie worden toegepast.

Hieronder een schema ter verduidelijking.

 

Basisprincipe: verluchte zijde = U, niet verluchte zijde = C

Als algemene vereenvoudigingsregel geldt voor EI30-60-120:

U/U voor kunststofafvoerleidingen  (afvalwater … ).

Eventueel U/C indien de leiding niet geventileerd is aan de niet brandzijde.

C/C voor aanvoerleidingen van gas, water- en verwarmingsbuizen.

 

Bijzondere gevallen

  1. Leidingen in dekvloeren.

Hier zijn geen brandwerende afdichtingen of voorzieningen nodig indien de diameter van de leiding ≤ 110 mm, de vloer (cement/anhydriet) voldoende dekking biedt (≥ 30 mm), en er voldoende afstand wordt gehouden van de brandwerende wand (EI30 ≥ L500 mm en EI60 ≥ LlOOO mm).

 

  1. Type-oplossingen voor een gesloten gasketel (type C) waarvoor er geen door een proef gevalideerde brandwerende voorziening vereist is ter hoogte van de doorvoering.  Afdichten kan met rotswol. 

Er moet aan een aantal strikte voorwaarden worden voldaan om dit als een type-oplossing toe te passen. Zo is de technische schacht voor het kanaal enkel bestemd voor de rookgasafvoer. Geen enkele andere leiding, elektrische kabel of andere is toegelaten, behalve indien een scheiding EI30 tussen het afvoerkanaal en de schacht voorzien wordt.

Ofwel is de wand EI30 ofwel het kanaal EI30.

Over de brandveiligheidseisen van rookkanalen in technische kokers vind je meer informatie in de het WTCB dossier 2019/4.12 5

(https://www.wtcb.be/homepage/index.cfm?cat=publications&sub=search&id=REF00011626)

 

 3 NBN EN 13501-2: Fire classification of construction products and building elements Part 2: Classification using data from fire resistance tests, excluding ventilation services
 4 TV 254 Brandveilig afdichten van doorvoeringen in brandwerende wanden. Voorschriften en plaatsing (2015, WTCB) 
 5 WTCB-Dossier 2019/4.12 Brandveiligheidseisen van rookkanalen in technische kokers, X. Kuborn en Y. Martin

 

     3. Schakelaars en stopcontacten.

Volgende basisprincipes dienen nageleefd te worden en zijn terug te vinden in fiche 1 van de technische voorlichting TV 254.

Deze plaatsingsvoorschriften zijn gebaseerd op proeven uitgevoerd op vraag van FOD Biz (1999 ) en zijn enkel geldig indien de hierna volgende voorwaarden strikt in acht genomen worden in lichte scheidingswanden: 

 

  1. De lichte scheidingswand
    • dient volledig gevuld met onbrandbare rotswol isolatie A2-Sl , d0 + densiteit minimaal 30 kg/m³
    • EI30 of EI60
  1. De uitsparing
    • Ø 68 mm voor een inbouwdoos Ø 67mm
    • ≤ 136 mm voor 2 naast of bovenliggende inbouwdozen met Ø 67mm
  1. De inbouwdoos
    • De type oplossing is enkel geldig voor een enkele of dubbele inbouwdozen voor schakelaars/ stopcontacten.
    • De maximum diepte van de inbouwdoos is 50 mm
    • Rondom en achter de inbouwdoos isolatie met densiteit 30 kg/m³

Positionering schakelaars en stopcontacten:

  • Schakelaars en stopcontacten mogen niet tegenover elkaar geplaatst worden als type­ oplossing, maar dienen te worden geschrankt!
  • Schranken van enkelvoudige dozen: h.o.h.-afstand 100 mm
  • Schranken van dubbele dozen: h.o.h.-afstand 200 mm

 

In massieve wanden dienen dezelfde regels als voor type-oplossingen in lichte scheidingswanden nageleefd te worden. Een belangrijke factor echter is het type wand (baksteen, cellenbeton, kalkzandsteen ,… ) en zijn eigenschappen naar brandweerstand. Een minimum wandrestdikte van 6 cm na installatie dient te worden gerespecteerd in functie van de eigenschappen van deze wand. Een kalkzandsteen heeft  bijvoorbeeld 9 cm nodig voor 1 uur brandweerstand. De minimum wandrestdikte na installatie zal dan ook  minimum 9 cm moeten bedragen. Indien hieraan niet kan worden voldaan, dan moeten specifieke brandwerende inbouwdozen geplaatst worden.

 

Doorvoeringen in houtskeletbouw en CLT

Een nieuwe werkgroep rond doorvoeringen in dergelijke houtskeletbouwelementen zal worden opgestart in januari 2020,  daar slechts weinig of geen brandtesten werden uitgevoerd op deze constructies. Belangrijk is dat fabrikanten hierover meer input kunnen geven met betrekking tot hun bevindingen. Een nieuwe technische nota zal dan ongetwijfeld word en voorbereid in de loop van 2020.

 

 

 

 

Olivier Schittecatte

(januari 2020)

 

 

 

 

 

Andere interessante artikels


21.05.2021

Bescherming van staalconstructies voor een betere brandweerstand

Hoe sterk staal­constructies ook zijn: in geval van brand kan een staalconstructie in slechts 10…

Lees meer

19.05.2021

Fireforum Awards

Oproep kandidaten!!!Fireforum zal op 18 november 2021 voor de zesde maal de Fireforum Awards uitreiken.Na…

Lees meer

06.07.2021

Prestatieverklaring en CE-markering voor brandwerende deuren

Welke essentiële kenmerken dienen volgens EN 16034 door de fabrikant van brandwerende deuren in zijn…

Lees meer